CARPAAL TUNNEL SYNDROOM (CTS)

       

Introductie

De "carpale tunnel" bevindt zich ter hoogte van de overgang van de pols naar de hand. De polsbotjes liggen in een U-vorm en er is een dikke band bindweefsel aan de handpalmzijde van de pols overheen gespannen ("flexor retinaculum"). In deze tunnel lopen de buigpezen van de hand en een zenuw ("n. medianus"). Wanneer de band dikker wordt of de kokers van de pezen pezen zwellen op kan de zenuw knel komen te zitten en spreekt men van een "carpaaltunnel syndroom". Het CTS komt 3 tot 4x vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en er is een piek tussen 40 - 60 jaar. Overgewicht, suikerziekte, vertraagde functie van de schildklier, zwangerschap, polsbreuk, herhaalde bewegingen, reuma en erfelijkheid spelen een rol bij het krijgen van CTS.

Symptomen

In het beginstadium van een CTS zijn er nachtelijke tintelingen in de vingers, die zo hevig kunnen zijn dat mensen er wakker van worden. Schudden of wapperen met de hand geeft dan verlichting van de klachten. In een later stadium kunnen deze tintelingen ook overdag optreden. Sommige patiënten ervaren de hand als minder krachtig en zijn soms wat "onhandig" bij het pakken van een voorwerp. De diagnose wordt meestal via een "EMG" gesteld. Dit is een onderzoek waarbij met lichte electrische stroompjes de zenuw wordt doorgemeten. Als de zenuw klem zit is de snelheid van de stroom door de zenuw langzamer.

Behandeling

Wanneer een CTS is opgetreden tijdens de zwangerschap kunnen de klachten spontaan weer verdwijnen na de bevalling. Als de klachten met rust, spalkjes en pijnstillers niet binnen 3 maanden verminderen is het nodig het CTS met een operatie te behandelen, omdat anders schade aan de zenuw kan ontstaan. Tijdens de operatie wordt de band over de pezen en de zenuw doorgesneden zodat de zenuw weer vrij komt te liggen. Na de operatie wordt er een drukverband om de pols en de hand aangelegd om zwelling te voorkomen. Er worden vaak oplosbare hechtingen gebruikt. In meer dan 90 % van de gevallen is operatieve behandeling succesvol. Gedurende 3 tot 6 maanden na de operatie kan er sprake zijn van krachtsverlies in de hand, verlies van handigheid, littekenpijn, gevoeligheid van de duim, gevoelsverlies en tintelingen.

Complicaties

Na elke operatie kan er een nabloeding, zenuwletsel, infectie of trombose plaatsvinden. Bij onvoldoende klieven van de band over de pols kunnen de klachten als voor de operatie blijven bestaan. In dergelijke gevallen is een hernieuwde operatie nodig. Een operatie voor een CTS is een lichte ingreep om te ondergaan en de kans op complicaties is erg laag.

       

U bevindt zich hier: Home pols en hand carpaal tunnel