SCHOUDER INSTABILITEIT

       

Introductie

Het schoudergewricht is zeer beweeglijk en van zichzelf een minder stabiel gewricht dan bv. het heupgewricht. De cuffspieren, het labrum en het kapsel dragen bij aan de stabiliteit. Wanneer bij een ongeval het gewricht uit de kom raakt ("luxatie") kan het kapsel oprekken, het labrum van de kom afscheuren of kunnen de cuffspieren beschadigen. Meestal gaat de schouder naar voren uit de kom, in ongeveer 5 tot 10 % naar achteren. Bij jonge mensen beschadigt het labrum meestal, bij ouderen scheuren vaker de cuffspieren. Nadat het schoudergewricht weer in de kom zit lijkt er niet veel aan de hand te zijn, maar het gewricht kan instabieler blijven en klachten veroorzaken. Wanneer het labrum is afgescheurd kan de schouder gemakkelijker opnieuw luxeren. Bij intensieve sporten zoals honkbal, basketbal en volleybal kan het kapsel geleidelijk oprekken en ontstaat er speling tussen de kop en de kom en luxeert de schouder steeds een klein stukje, maar niet helemaal ("subluxaties"). De schouder kan ook instabiel zijn zonder directe aanleiding bv. bij hypermobiele gewrichten is er van nature een slapper kapsel en kan de schouder subluxeren.

 

Symptomen

Chronische instabiliteit kan verschillende klachten geen. Wanneer de schouder steeds opnieuw luxeert is dit erg pijnlijk en met name vervelend als het niet lukt om de schouder zelf in de kom terug te krijgen en patiënten hiervoor naar de ehbo moeten gaan. De geluxeerde schouder ziet er afwijkend uit en bewegen is erg pijnlijk, de zenuw in de oksel kan hierbij opgerekt en geprikkeld raken. Bij subluxaties kan er bij bepaalde bewegingen (bv gooien van een bal of bovenhands reiken) een pijnlijk en klikkend gevoel optreden. Multidirectionele instabiliteit kan prikkeling van de slijmbeurs en de cuffspieren veroorzaken ("secundair impingement"). Als de zenuwen in de oksel oprekken of zelfs beschadigen kan er een doof gevoel op de arm ontstaan of treedt er uitval van functie op van spieren in de arm.

Behandeling

Als de schouder geluxeerd is dient deze zo snel mogelijk weer gereponeerd te worden. Na de repositie worden röntgen foto's gemaakt om te controleren of er geen breuken zijn en of de schouder weer op zijn plek zit. De repositie wordt meestal gedaan met valium, soms wordt er in het gewricht verdoving geinjecteerd. Na de repositie krijgt u een mitella om de schouder rust te geven en het kapsel te laten herstellen. Met de fysiotherapeut kunt u de spieren weer trainen en de schouder oefenen als de pijn dat toelaat. Bij herhaalde luxaties wordt een MRI onderzoek gedaan om vast te stellen of er beschadigingen van het labrum of de cuffspieren zijn. Bij beschadigingen van het kapsel, het labrum en / of de cuffspieren kan een operatieve behandeling overwogen worden. Via een kijkoperatie kan het labrum worden teruggehecht, de cuffspieren kunnen eveneens worden gehecht, evt. kan bij een slap kapsel een "capsulair shift" gedaan worden. Bij deze laatste operatie wordt het kapsel ingesneden en worden er 2 flappen kapsel gemaakt, die strakker en verschoven weer worden teruggehecht. Het kapsel wordt als het ware strakker getrokken.

Nabehandeling

Na een operatie wordt gedurende 4 tot 6 weken een sling geadviseerd om bepaalde bewegingen van de schouder niet toe te laten. Het gerepareerde weefsel krijgt zo de gelegenheid te herstellen. Passieve oefentherapie met herstel van de beweeglijkheid wordt snel na de ingreep gestart. Het is aangeraden geen rekoefeningen van de schouder te doen de eerste zes weken na de ingreep. Actieve oefentherapie wordt gestart vijf tot zes weken na de ingreep. Nu mag de eigen spierkracht worden gebruikt om de arm weer te gaan bewegen. Doel van deze therapie is het streven naar een krachttoename en toename van de controle van de rotatorcuff en andere spieren rond de schouder. Bovenhandse activiteiten en sport zoals tennis, zwemmen en volleybal is toegelaten drie tot vier maanden na de operatie, afhankelijk van het revalidatieproces.

Complicaties

De meest voorkomende complicaties na schouderstabiliserende operaties zijn terugval van instabiliteit en functieverlies. Andere minder voorkomende complicaties (1%) zijn infecties, postoperatieve stijfheid (frozen shoulder), zenuwbeschadiging en vaatbeschadiging. In het algemeen is de kans op complicaties zeer klein.

     

U bevindt zich hier: Home schouder instabiliteit